‘Boijmans in de oorlog. Kunst in de verwoeste stad’ vanaf 13 oktober te zien

Museum Boijmans Van Beuningen houdt omstreden verleden tegen het licht

Vanaf 13 oktober 2018 geeft het museum in een veelzijdige tentoonstelling openheid over de eigen rol tijdens de oorlog en belicht het het kunstleven in de verwoeste stad. Verhalen van Rotterdammers worden nu verzameld en maken deel uit van de tentoonstelling.

De geschiedenis van Museum Boymans tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt uitgelicht in de tentoonstelling ‘Boijmans in de oorlog. Kunst in de verwoeste stad’. De tentoonstelling gaat in op de rol en de positie van het museum. Bezoekers worden meegenomen naar het verleden en uitgenodigd tot reflectie: hoe zouden wij nu zelf omgaan met de dilemma’s van toen? De niet onomstreden museumgeschiedenis wordt verteld in de context van het artistieke leven in de stad. Wat was de invloed van de oorlog en de bezetting op kunstenaars in Rotterdam?

Boijmans in de oorlog

De jaren dertig laten de bloeijaren zien van het toenmalige Museum Boymans.We maken kennis met de ambitieuze directeur Dirk Hannema, die van het aanvankelijk zo bescheiden Boymans een museum van internationaal niveau wist te maken, daarbij ondersteund door mecenassen als D.G. van Beuningen en Willem van der Vorm. In 1935 opende een nieuw museumgebouw, waarin recent verworven topstukken, zoals De marskramer van Jheronimus Bosch, in volle glorie getoond konden worden. Het was de tijd van de eerste blockbusters over Vermeer, Bosch en Saenredam. Aan de bloei van het museum kwam voorlopig een einde met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de bezetting door de Duitsers in mei 1940.

279970 01 e6bb6c large 1526281661

Gezicht op de door het Duitse bombardement  getroffen binnenstad van Rotterdam, gezien vanaf het Land van Hoboken (met rechts Museum Boymans), 14 mei 1940. Bron: Stadsarchief Rotterdam, doc.nr. 4100_2001-5372 .

Vrijwel direct na het dramatische bombardement van 14 mei 1940 zet directeur Hannema zich in om het erfgoed van de stad te beschermen en ondanks alles het kunstleven in Rotterdam te stimuleren. De collectie – deels al tijdens de mobilisatie van augustus 1939 opgeborgen in de kelders van het museum - werd vanaf 10 mei in veiligheid gebracht. Mede op initiatief van Hannema trokken ploegen de grotendeels verwoeste binnenstad in om historische bouwfragmenten en tegels uit het puin te redden. Vele Rotterdamse kunstenaars waren door het bombardement hun atelier kwijtgeraakt. Hannema reageert op de situatie door hen opdracht te geven de gehavende stad in beeld te brengen. Het museum kon het werk tijdens de bezettingsjaren tot op zekere hoogte ‘gewoon’ doorzetten. Onder Hannema’s leiding worden er talloze kunstwerken verworven en een reeks van goedbezochte tentoonstellingen georganiseerd. De bezoeker krijgt inzicht in de afwegingen die museum en directeur moesten maken tussen artistieke vrijheid en de wensen van de bezetter.  In de tentoonstelling komen deze morele dilemma’s aan de orde: hoeveel water kun je bij de wijn doen om je museum open te houden? Kun je nog tentoonstellingen organiseren onder de voorwaarden die worden gesteld door de bezetter? Is het belangrijk om actief te blijven in zo’n situatie of moet je je terug trekken? De ambitieuze Hannema plooide zich bijzonder soepel naar het nieuwe regime en werkte enthousiast mee aan initiatieven van de Duitse bezetter. Tegelijkertijd zette hij zich in voor Joodse en niet-Joodse kunstenaars en verzamelaars, die hij soms vrij wist te krijgen uit gevangenschap. Over de succesvolle maar omstreden museumdirecteur, die na de bevrijding werd ontslagen op grond van collaboratie, verschijnt tegelijk met de tentoonstelling een wetenschappelijke biografie  van de hand van Wessel Krul (emeritus prof kunstgeschiedenis RUG). De biografie wordt uitgegeven door Prometheus.

 

De tentoonstelling zelf wordt begeleid door de Boijmans Studie ‘Omstreden verleden. Museum Boymans 1933-1958’ door dr. Ariëtte Dekker. Met de publicatie wil het museum openheid van zaken geven over zijn geschiedenis rondom en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dekker is bedrijfseconoom en publiceerde eerder een biografie over Anton Kröller (2015) en De Club Rotterdam (2008). De Boijmans Studie belicht de rol van belangrijke mecenassen van het museum zoals Franz W. Koenigs, D.G. van Beuningen en Willem van der Vorm, evenals die van directeur Dirk Hannema (directeur van 1921-1945) voor, tijdens en na de oorlog.

Kunst in de verwoeste stad

In de verhaallijn over de rol van kunst in de stad komen onder andere de verschillende posities die kunstenaars innamen aan de orde: artistiek, politiek en de soms onvermijdelijke combinatie van de twee. Het bombardement en de bezetting hadden ingrijpende gevolgen voor alle inwoners van Rotterdam. Voor veel kunstenaars gingen het leven en de kunst, ondanks de oorlog, gewoon door. Sterker nog, tijdens de bezetting zou het kunstbeleid grote impulsen krijgen. Maar wie na verloop van tijd in de oorlog nog wilde exposeren, moest kiezen: wel of niet aanmelden bij de Kultuurkamer. Een groot dilemma, maar de meeste schilders sloten zich aan. Dat gold niet voor iedereen. Vooral beeldhouwers weigerden, sommige kunstenaars en grafici gingen in het verzet, weer anderen keerden zich af van de buitenwereld en sloten zich op in het atelier.

 

Iedereen was op een andere manier bezig om zich te verhouden tot de nieuwe situatie. Kwesties als opportunisme, naïviteit, verschillende morele opvattingen speelden een rol. De tentoonstelling stelt die keuzes en dilemma’s centraal. Wat is je rol als kunstenaar, wanneer ben je nog vrij? Welke keuzes kun je je permitteren, aangezien er ook brood op de plank moet komen? In de tentoonstelling is werk te zien van Rotterdamse kunstenaars, onder wie Dick Elffers, Kees Timmer, Herman Bieling, Henk Chabot en Wally Elenbaas, die verschillende keuzes maakten.

Herkomst gezocht

Een belangrijke aanleiding voor de tentoonstelling en de bijbehorende Boijmans Studie ‘Omstreden verleden. Museum Boymans 1933-1958’ is de afsluiting van  het herkomstonderzoek dat het museum de afgelopen jaren heeft uitgevoerd vanuit het landelijke onderzoeksproject Museale Verwervingen vanaf 1933. De collectie is onderzocht om na te gaan of er kunstwerken met een problematische herkomstgeschiedenis aanwezig zijn. De aandacht richtte zich op werken die vanaf 1933 verworven zijn of van eigenaar zijn verwisseld tussen 1933-1945. Nadat de nationaalsocialisten in 1933 in Duitsland aan de macht kwamen, werden Joden vervolgd en hun eigendommen geconfisqueerd. Dit mondde uit in grootschalige kunstroof vooraf en tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarbij kunstwerken werden geroofd, geconfisqueerd of onder dwang voor lage prijzen moesten worden verkocht. Dit gebeurde onder andere in Oostenrijk vanaf de Anschluss in 1938 en in landen zoals Frankrijk en Nederland gedurende de bezetting. Via kunsthandels, veilingen of particulieren kwamen roofgoederen soms in Nederlandse musea terecht, zonder dat deze het wisten. Ook in latere jaren verwierven musea kunstobjecten, zonder te weten dat deze tijdens de Tweede Wereldoorlog geroofd, onder dwang verkocht of geconfisqueerd waren.

 

Het herkomstonderzoek heeft tot nu toe geleid tot de restitutie van zeven werken. In een aparte sectie van de tentoonstelling wordt deze nasleep van de oorlog toegelicht aan de hand van enkele casussen. In overleg met de nabestaanden worden gerestitueerde werken getoond en worden de verhalen over de betrokken families en de herkomstgeschiedenis gevisualiseerd. Ook het proces van teruggave wordt belicht.

 

Oral history

In de stad wonen nog altijd mensen die de oorlog hebben meegemaakt, of wier ouders of grootouders verhalen over de oorlog hebben gedeeld. Samen met Verhalenhuis Belvedère verzamelt Museum Boijmans Van Beuningen via een oral history project  persoonlijke herinneringen aan het museum tijdens de oorlog. Dit kunnen ook verhalen uit tweede hand zijn van ouders, grootouders, buren of anderen met hun herinnering aan Museum Boymans  tijdens de Tweede Wereldoorlog of over de Rotterdamse kunstscène in deze periode. De verzamelde verhalen worden gepresenteerd op een website en een aantal verhalen krijgt een plaats in de tentoonstelling. Aanmelden verhalen via: info@verhalenhuisbelvedere.nl.

 

Met dank aan

De tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting stad Rotterdam anno 1720, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting en een anonieme schenker. De bijbehorende Boijmans Studie wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting “de Leeuwenberg”.

Download PDF
Download PDF
berichten